De As VZW

Sla navigatie over

Home De As Visie & waarden

Visie & waarden

Visie

Situering:

Graag refereren wij naar de definitie vanuit de universele verklaring van de rechten voor de personen met een handicap:

Personen met een handicap zijn personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.

Doel van dit verdrag is het volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid te bevorderen, beschermen en waarborgen, en ook de eerbiediging van hun inherente waardigheid te bevorderen.

Vanuit onze hogervermelde missie en definitie, kiezen we fundamenteel voor volgende uitgangspunten van waaruit ons integraal kwaliteitsbeleid dient te vertrekken en die de basis moet vormen van de organisatie van onze zorg voor personen met een handicap.

1. Recht op volwaardig burgerschap.

“Burgerschap” of het “burgerschapsmodel” vertrekt vanuit het principe dat personen met een handicap volwaardige burgers zijn met gelijke rechten. (zie conceptnota van minister Van Deurzen – perspectief 2020). Hierin staat dat de “kwaliteit van leven” centraal. Het burgerschapsmodel is een inclusief sociaal model, dat de klemtoon legt op de mogelijkheden, de individuele vaardigheden, de persoonlijke autonomie en de sociale solidariteit.

Volwaardige maatschappelijke participatie van personen met een handicap betekent dat zij zoveel als mogelijk inclusieve levenstrajecten moeten kunnen uitbouwen. Het is dus van belang dat personen met een handicap kunnen deelnemen aan het gewone leven op alle levensdomeinen.

Tevens houdt het burgerschapsmodel in dat personen met een handicap de eigen mogelijkheden maximaal kunnen ontplooien en hun leven in eigen handen nemen. Initiatieven die bijdragen tot het versterken van de persoonlijke autonomie en de zelfsturing dienen dus verder uitgebouwd te worden.

2. Recht op bestaan als persoon met een handicap.

Onder ‘recht op bestaan als persoon met een handicap’ verstaan we dat de specifieke eigenheid van elke persoon met een handicap ten volle gerespecteerd moet worden. Deze specifieke eigenheid moet het uitgangspunt zijn van elke reflectie en elk handelen.

We gaan ervan uit dat elke persoon met een handicap, net als iedereen, een rijkdom aan talenten en mogelijkheden in zich heeft. Net als elk ander doet de persoon met een handicap beroep op zijn omgeving om deze mogelijkheden te verwerkelijken. De ultieme betrachting bestaat erin de persoon met een handicap bij te staan in zijn proces tot zelfverwezenlijking: de opbouw en uitbouw van een eigen identiteit.

Door de specifieke stoornissen die de persoon met een handicap treffen, verloopt dit zelfverwezenlijkingsproces niet altijd even ‘vanzelfsprekend’ als bij anderen. Het spontane opvoedings- en/of begeleidingsproces volstaat niet. Bijgevolg moet dit spontane proces aangevuld worden met weloverwogen handelingen om de opbouw van een eigen identiteit te betrachten.

3. Recht op medezeggenschap

Uit het recht op bestaan als persoon met een handicap, zoals in vorige paragraaf beschreven, volgt als vanzelfsprekend dat we niet alleen onze waarden en opvattingen moeten expliciteren, maar dat we tevens zeer nauwgezet en gevoelig moeten luisteren naar de stem(men) van de persoon met een handicap en zijn omgeving: wie is hij, wat vraagt hij en wat kunnen we voor hem doen? Wat vragen zijn ouders, wat kunnen we voor hem doen? ... Dit in tegenstelling tot de vraag ‘Wat hebben wij hem/hen te bieden’?

Uit het recht op bestaan als persoon met een handicap moet er vanaf het stellen van een zorgvraag, een proces van samenspraak op gang komen op basis van gelijkwaardigheid.

Als zorgverlener beschikken we over een schat aan informatie, ervaringen en deskundigheid. Hierdoor hebben we vaak een voorsprong in de dialoog met de zorgvragers. Hierin schuilen een aantal risico’s. Indien wij ons te veel laten leiden door onze ervaringen en deskundigheid en te weinig oog en oor hebben voor de specifieke vraagstellingen van de betrokken zorgvragers, riskeren wij “behoeftegestuurd” te werken i.p.v. “vraaggestuurd”. De eigen voorgeschiedenis en de opgebouwde ervaringsdeskundigheid van de persoon met een handicap en zijn familiale context vormen de voornaamste voorwaarde voor deze medezeggenschap.

Om deze reden willen we het medezeggenschapsrecht van de gebruiker en zijn sociale context uitdrukkelijk garanderen door momenten van dialoog en inspraak expliciet te organiseren in de diverse fasen van de dienstverlening. (Individuele handelingsplanning). De persoon met een handicap en zijn familiale context dienen mee sturende partij te zijn, naar wie wij moeten luisteren en die wij desgevallend moeten aanzetten om hun mening te kennen te geven.

Wij opteren er voor te werken aan een blijvende mentaliteit waarbij wij deze grondhouding spontaan leren aannemen in alle fasen van de zorgverlening. 

4. Recht op deskundige en hoogkwalitatieve zorg.

Als het onze overtuiging is dat elke persoon, ook deze met een beperking, recht heeft op een volwaardig en gelijkwaardig bestaan, dan moeten we de consequenties van dit uitgangspunt sterk benadrukken. Bijgevolg bepleiten we dat elke persoon met een handicap daartoe de nodige bijstand en kwalitatieve hulpverlening moet krijgen.

Kwalitatief goede zorgverlening is geen statisch eindresultaat, maar is een dynamisch gegeven. Elke medewerker dient zich permanent te vervolmaken, hun zorgverlening continu bij te sturen, te stemmen op hedendaagse inzichten, visies en behandelingsmethodes. De gebruikers hebben niet alleen recht op zorg, meer nog, het is hun fundamenteel recht om beroep te kunnen doen op deskundige en kwalitatieve zorg. 

 

Waarden 

Waarden zijn idealen en motieven die in een samenleving of organisatie als na te streven worden beschouwd. Waarden zijn opvattingen over wat wenselijk is.

Ook binnen het decreet rond de kwaliteitszorg is dit weerhouden als erg belangrijk te beschrijven elementen. Er wordt gevraagd hoe men in relatie met de visie, met een aantal “persoonlijk waarden” in het werken met onze doelgroep verzekerd.

1. Persoonlijke integriteit

Zoals hierboven staat beschreven is het duidelijk dat binnen de visie van vzw de As het belang van de cliënt centraal staat. Men dient rekening te houden met zijn mogelijkheden en wensen. Dit doen we door de cliënt zo goed mogelijk te betrekken bij de uitbouw van de zorg naar hem toe. (Vraaggestuurd)

Door middel van persoonlijke begeleiders worden de noden en behoeften van elk individu in kaart gebracht. (handelingsplanning). Men is hierbij de vertrouwenspersoon en tolk van de cliënt, contactpersoon naar de ouders, familie, andere externe betrokkenen. Dit alles met respect voor de integriteit van de cliënt.

Elke medewerker van VZW De As moet dus de eigen specifieke normen en waarden van elk individu respecteren, zijn sociale context en de cliënt aanvaarden als een volwaardig persoon die zelf zijn leven mee kan bepalen. M.a.w: “onvoorwaardelijke” aanvaarding van de cliënt.

2. Recht op privacy. 

Als personeel van Vzw De As dien je de privacy van elk individu en zijn sociale context te respecteren.

Dit door zorgvuldig om te gaan met alle informatie omtrent elk individu. enkel de gegevens te gebruiken die relevant zijn voor de dienstverlening. (Zie leidraad handelingsplanning).

Naast algemeen aanvaarde normen en waarden op het vlak van privacy, zijn er individuele accenten. Omwille van de handicap hebben sommige cliënten het echter moeilijk om de eigen grenzen op het vlak van privacy te bewaken. Waar nodig wordt er ondersteuning geboden vanuit de begeleiding.

Samen met de cliënt gaan we op zoek wat zijn persoonlijk privacy is en hoe we deze mee kunnen ondersteunen. Dit kan handelen omtrent ruimte of betrekking hebben op persoonlijk gevoel.

3. Betrokkenheid

Om de zorg naar de cliënt zo goed mogelijk te garanderen is het van belang dat er een grote betrokkenheid is tussen cliënt, zijn familiale kring, zorgverleners, vrijwilligers en derden. Dit gegeven vraagt een open en eerlijke communicatie naar elkaar toe, regelmatig overleg met cliënt en zijn sociale context. In de omgang met andere, neem je echter ook altijd jezelf mee. Dit vraagt van alle medewerkers een basishouding van zich echt laten kennen en ‘spreken’. Een open communicatie en ‘zelfkritiek’. Ervan uitgaan dat je binnen elke relatie steeds zaken bij jezelf en bij de andere kan ontdekken en kan bijleren.

We bouwen de relatie met elk cliënt op vanuit een grondhouding van vertrouwen, inleving en echtheid en willen we op een respectvolle, betrokken manier omgaan met onze cliënten.